Au revoir Janeta

Het is inmiddels een hele poos geleden dat ik hier voor het laatst iets schreef. Het wordt wel weer eens tijd geloof ik. Al mijn trouwe volgers zullen wel denken: Nou zeg, die laat ook niets meer van zich horen. Tja, ik weet eigenlijk niet zo goed hoe ik dit moet zeggen. Ik zal maar gewoon met de deur in huis vallen: We zijn sinds juni alweer thuis, in Nederland bedoel ik. In Groningen eigenlijk. Twee straten verwijderd van de straat waar we vóór onze emigratie woonden. Dus.

Ik denk dat het maart was toen we besloten om terug te gaan. We zaten koffie te drinken in ons vaste cafeetje aan het park, Bonjour JanetaDaar liepen we altijd even binnen als we de kinderen naar de opvang hadden gebracht. ‘Het schiet niet erg op zo he, met onze toekomst enzo.’ Zoiets zeiden we tegen elkaar.

Mitko was iedere dag al bellend aan het tolken. Hij zat dus vooral thuis en wist dat werk op locatie er niet in zat zolang wij in Bulgarije waren. Daarvoor moet je echt in Nederland wonen. Hij had daarnaast ook zijn vrijwillige werkzaamheden voor de groene partij, Zelenite, die hij met veel plezier deed. Maar professioneel gezien was er niet veel uitdaging meer voor hem in Bulgarije.

huis

Ik zelf begon me te vervelen, wonder boven wonder, want dat gebeurt niet gauw. Het drong tot me door dat ik eerder misschien toch de uitdaging van lesgeven aan de universiteit van Veliko Tarnovo had moeten aangaan. Maar ja, ik durfde het nog niet toen die kans zich aandiende en ik was bovendien nog niet klaar met mijn ‘klooi-periode’. Echter, na zo’n anderhalf jaar was ik er wel degelijk klaar mee.

Steeds meer begon ik te verlangen naar ons oude vertrouwde wereldje. Naar mijn fiets, de bootjes, de platte groene landschappen, kaas, mijn familie en vrienden. In Nederland zou er wel weer iets op mijn pad komen. In Bulgarije had ik dat vertrouwen niet meer zo. Bovendien had ik geen zin meer in uitdagingen. Die hadden we wel genoeg gehad.

remigratieToen we nog maar net in Bulgarije woonden, ervoer ik zo’n beetje alles als uitdaging. Waarschijnlijk had dat te maken met de grote verhuis- en emigratie-hectiek die we achter de rug hadden. Het auto-ongeluk in de nacht voordat we vlogen, was natuurlijk geen goed begin. En die verhuiswagen die te vroeg aankwam, hielp ook niet echt mee.

Tot het moment dat we er aankwamen, kende ik het huis alleen van de foto’s op de site van de makelaar. Eenmaal aangekomen constateerden we meteen dat er eerst maar eens grondig schoongemaakt moest worden. Alles plakte. (Later bleek dat de woning de afgelopen acht jaar een studentenhuis was geweest. Ik geloof dat er twaalf studenten woonden.) Het was er koud en donker en we waren kapot van de reis en de dramatische, slapeloze nacht ervoor. De kinderen moesten naar bed. We wilden zelf ook niets liever dan slapen.

Maar daar stond hij al voor ons huis: Die enorme vrachtwagen, met al onze meubels en een stuk of honderd verhuisdozen, terwijl de afspraak was dat hij pas de volgende dag zou komen. Hoe dan ook, hij kon niet in die straat blijven staan met ons hele hebben en houden, dus we moesten stante pede de hele handel uitladen en in ons vieze kleefhuis opstapelen. Nee, het liep allemaal niet zo soepel.

huisHet heeft denk ik wel een maand geduurd voordat ik het huis op orde had. Ik herinner me dat ik schimmelige poezendrollen onder de trap vond en dat er onder het bankstel overal aangekoekte groene formaties hingen: Snot. Het duurde zeker nóg een maand, voordat ik enigszins over die hele emigratie heen was en weer een beetje energie begon te krijgen.

Door de niet zo voorspoedige start en doordat ik de taal nog niet goed genoeg kende, voelde ik me aanvankelijk behoorlijk onzeker. Dat had ik niet van mezelf verwacht. Alleen een bezoek aan het plaatselijke winkeltje om daar brood en eieren te halen was al een hele opgave, waarvoor ik zowel letterlijk als figuurlijk een enorme drempel over moest. Voordat ik die drempel nam, vroeg ik dan aan Mitko hoe ik in het Bulgaars de winkelbediende te woord moest staan en leerde de zinnetjes uit m’n hoofd.

Onderweg naar het winkeltje repeteerde ik de woorden nog eens goed. Met een rode kop vroeg ik in het winkeltje om de boodschapjes, in mijn beste Bulgaars. Op hoop van zegen. De winkelbediende gaf me goddank meestal wel wat ik nodig had. Zonder natellen stopte ik het wisselgeld in m’n portemonnee. Natellen had geen zin, want ik had het bedrag toch niet verstaan. Soms kwam ik thuis met een erg duur brood.

Gaandeweg werd alles gemakkelijker, vooral omdat ik langzaam maar zeker de taal leerde. Ik kon een praatje maken met de buurvrouw, ik begreep de leidsters van de opvang als ze vertelden hoe de dag van de kinderen was geweest en ja, ik begreep hoeveel het brood kostte. De eigenaresse van het buurtwinkeltje bleek, net als ons dochtertje, Bojanna te heten en een jeugdvriendin van Mitko’s moeder te zijn. Het brood was toen niet meer zo duur. Er ging een wereld voor me open toen ik ineens een beetje Bulgaars kon spreken en verstaan.

Een tijdlang ging het heel goed met ons. De kinderen voelden zich duidelijk op hun gemak op de opvang en gingen er met plezier naartoe. Mitko had zijn dingen en ik vermaakte me ook prima met mijn camera, wandelingen, tekenpotloden en laptop. (Zie hier mijn kaartenwinkeltje. Ik heb wel eens iets verkocht, vooral aan mezelf om eerlijk te zijn.)

fietsen met kinderenWe verhuisden nog een keer, omdat de badkamer van ons huis nogal gevaarlijk bleek te zijn. Onze nieuwe woning had een heerlijke tuin met een vijgenboom, tomaten en een perzikboom. Het was er bovendien een stuk lichter en schoner, al moesten we wel douchen op de wc. Dat hele badkamer-gedoe bracht wat spanning met zich mee, maar het kon uiteindelijk de pret niet drukken. We hebben nog een mooie tijd gehad op ons nieuwe stekje.

Elke twee weken gingen we een dag naar Mitko’s ouders in Mihalzi, een stoffig dorp op het glooiende platteland. Soms ook tussendoor, gewoon om even dag te zeggen. We wandelden af en toe samen door de stad, pakten terrasjes, bekeken watervallen en kloosters of reden rond op zoek naar leuke bergdorpjes en natuurlijk gingen we regelmatig lekker uit eten. De gedachte komt wel eens bij me op dat ons verblijf in Bulgarije eigenlijk een hele lange vakantie is geweest. Anderhalf jaar in plaats van drie weken. Het begin was moeilijk, daarna hebben we het een tijd lang heel goed gehad en toen was het genoeg.

Toen we dus in maart bij Bonjour Janeta koffie zaten te drinken, werd het duidelijk: De vakantie was voorbij. We wilden weer verder. Dus besloten we terug te gaan naar Nederland. Terug naar huis. Het punt was alleen: Welk huis? In mei kregen we een huurwoning toegewezen en in juni waren we weer thuis.

En de bouwval? Die hebben we te koop gezet. Zelf hebben we er op dit moment het geld niet (meer) voor om het op te knappen, want onze prioriteiten zijn inmiddels veranderd. Maar we hopen wel dat het huis ooit nog eens een mooi nieuw leven krijgt. (Benieuwd? Zie website)

Over ons afscheid heb ik nog wel een en ander te vertellen. En natuurlijk over hoe het is om weer terug te zijn. Maar dat komt nog.

Voor nu: Au revoir, Janeta!

Twee nationaliteiten: Altijd maar half?

Ik vraag me wel eens af of onze dochters nou half Bulgaars en half Nederlands zijn, dan wel geheel Bulgaars en geheel Nederlands. Of iets ertussenin. ‘Half Bulgaars, half Nederlands’ impliceert voor mijn gevoel dat ze nooit ergens helemaal bij horen, nooit eens lekker helemaal Bulgaars of helemaal Nederlands zijn.

Op de kinderopvang hier in Bulgarije zijn onze kinderen niet anders dan de Bulgaarse kinderen. Ze doen volledig mee, met alles, en voelen zich daarbij duidelijk geen buitenbeentjes. Buiten de opvang brengen ze op uiteenlopende locaties allerlei Bulgaarse liederen ten gehore op een volume waaruit absoluut geen onzekerheid blijkt. Ook zijn ze volledig op de hoogte van een aantal Bulgaarse dansen, die ze soms zomaar uitgebreid tentoonstellen als we een straatmuzikant (proberen te) passeren. Wanneer ik mijn kinderen in dat soort situaties aanschouw, zie ik ze niet als slechts vijftig procent Bulgaars. Ik zou ze dan toch minstens tachtig procent geven, misschien wel negentig procent, of zelfs honderd.

Wanneer we Skypen met opa en oma in Nederland, dan hebben ze het over Sinterklaas, het hele jaar door eigenlijk. Of ze vertellen dat de hagelslag weer op is, waarna ze uit volle borst Berend Botje brullen. Dat lijkt mij toch ook wel meer dan slechts half Nederlands. Maar ja, stel dat ze geheel Nederlands en geheel Bulgaars zouden zijn, dan zou ons gezin bestaan uit drie Nederlanders en drie Bulgaren, wat ook weer niet waar is.

Soms zijn ze blijkbaar meer Bulgaars dan Nederlands en soms juist meer Nederlands dan Bulgaars. Laat ze dan ‘deels Bulgaars, deels Nederlands’ zijn, in plaats van altijd maar ‘fifty-fifty’. Dan kunnen ze tenminste vrijuit, waar en wanneer ze maar willen, 99,99999% Bulgaars zijn en maar 0,00001% Nederlands, of andersom, en alles wat daartussen zit.

Ach, eigenlijk maakt het geen bal uit hoe Bulgaars of Nederlands ze precies zijn. Als ze zich maar vrij voelen om te kunnen zijn wie ze zijn. En het is gewoonweg fantastisch om te zien hoe ze van twee culturen nu al helemaal zelf bepalen wat ze oppikken. Op geheel natuurlijke wijze.

 

Half Nederlands

 

Bulgarska rabota

Stel, je huurt een appartement in Bulgarije. Na enkele maanden blijkt, dat de badkamer ieder moment de kelder in kan zakken. Je gaat op zoek naar een ander huis, met de absolute voorwaarde dat het moet beschikken over een veilige badkamer. Al gauw vind je een leuke woning, met balkon en tuin, aan een rustige weg en, jazeker, met een heerlijk ruime badkamer. Je vraagt tijdens de bezichtiging hoe groot de kans is dat deze badkamer in het appartement van de benedenbuurvrouw belandt. Makelaar en huurbaas lijken niet eens verbaasd over deze vraag, hetgeen jou dan weer verbaast. In alle ernst antwoorden ze dat die kans te verwaarlozen is.

Er is echter wel een probleempje met de badkamer: Het water is vooralsnog afgesloten. De huurbaas legt uit, dat er een wet bestaat, die inhoudt dat een badkamer zich onder geen enkele voorwaarde boven een slaapkamer mag bevinden. De vraag waarom er in Bulgarije onder een badkamer geen slaapkamer mag zijn, lijkt niemand bezig te houden. Het is een wet, dus het is gewoon zo en dat kan je dan maar beter accepteren. Daar hoef je verder niet meer over te praten.

 

Bulgarska rabota

 

Desondanks begin je, kritisch als je bent, te peinzen over het waarom. Je bedenkt dat het best eens zo zou kunnen zijn, dat die Bulgaarse wet betrekking heeft op het verschijnsel van door de grond zakkende badkamers en de plek waar die badkamers dan terecht komen. Misschien zit er wel wat in, denk je ineens, en is het niet erg veilig voor een slapende benedenbuurvrouw, als er plotsklaps een badkamer door het plafond van haar slaapkamer naar beneden dondert. Al liggend kan ze dan natuurlijk geen kant meer op. Wellicht is het beter als de badkamer door het plafond van de kelder naar beneden lazert, waar toch niet vaak iemand komt. Of door het plafond van de keuken, terwijl de benedenbuurvrouw bijvoorbeeld aan het aanrecht staat. Reeds in staande positie kan ze misschien nog op tijd wegkomen, zodat ze jouw wc-pot dan wel badkuip weet te ontwijken. Op zich zou dat best een sympathieke gedachtegang zijn van de Bulgaarse wettenmakers.

De huurbaas legt de situatie verder uit. De benedenbuurvrouw blijkt de ruimte onder de badkamer nog maar pas gebombardeerd te hebben tot slaapkamer. Vervolgens heeft zij bij de gemeente schriftelijk een klacht ingediend: ‘Hoi gemeente, er is een badkamer boven mijn slaapkamer en dat mag dus helemaal niet. Dat was het. Groetjes van de benedenbuurvrouw.’

‘Maar die badkamer,’ vraag je, verward door al die merkwaardige mededelingen die je in korte tijd moet verwerken, ‘was die er dan inderdaad al voordat de buurvrouw besloot om de ruimte daaronder als slaapkamer in te richten?’ Je blijkt het goed te begrijpen. De huurbaas heeft alle documenten in huis die nodig zijn ter bewijsvoering. Het zal hooguit nog twee weken duren totdat je de badkamer naar behoeven kunt gebruiken.

Je vertelt de huurbaas nog dat de badkamer juist de reden is van je verhuizing, dus dat je er wel graag zeker van wilt zijn dat het in orde komt. Er wordt je op het hart gedrukt dat je je nergens zorgen over hoeft te maken. Je huurt het appartement en verhuist je hele hebben en houden er naartoe. Opgelucht dat je binnenkort weer zonder angst kunt douchen.

Dan is het pardoes februari 2016, een half jaar later. De badkamer is nog steeds afgesloten. Er zijn allerlei gesprekken gaande  tussen huisbaas, architect en gemeente en je wordt keurig op de hoogte gehouden van de bizarre en uiterst onbegrijpelijke ‘voortgang’. Ondertussen douche je nog steeds in het wc-hokje. Het lijkt er niet op dat je spoedig nogmaals door de grond zult zakken, maar deze werkwijze, tja, dat is nou wat je noemt Bulgarska rabota, oftewel de Bulgaarse gang van zaken.

Kan je het je voorstellen?

 

 

 

 

Winterjas

‘Hier. Hij was van mijn overleden echtgenote en ik ken niemand anders die hem past. Iedereen in mijn vriendenkring is te gevuld. Maar jij bent mager genoeg en zo te zien kan je wel een goede winterjas gebruiken.’

De buurman, een forse man van rond de zeventig, overhandigde me een loodzware bruin leren jas, gevoerd met bont. Made in Mongolia stond op het labeltje. Ik had al een winterjas, een korte michelinmannetjesjas. Hij duwde de jas in mijn armen, draaide zich om en verdween in zijn huis.

Ook ik verdween, in de jas. Hij was werkelijk reusachtig.

 

Winterjas

Hoesten in Bulgarije: Een cultuurverschil

In de lente vorig jaar zaten wij eens in het park op een terras naast een groot springkussen. Op dat springkussen, een rood kasteel, stuiterden verscheidene peuters, waaronder die van ons, opgewonden in het rond. Er stonden twee koude biertjes voor ons op tafel, de zon scheen en zo zaten we te genieten van een stralende lentemiddag. Ineens kwam er een zeer modieuze, doch uiterst nerveuze Bulgaarse moeder paniekerig op ons afgerend. ‘Your child is ill! She has a pneumonia! Take her out of there!’ Stomverbaasd keken Mitko en ik elkaar aan. Een longontsteking? Tussen de vrolijk rondfladderende kindertjes zagen we boven in de torenkamer onze licht verkouden dochter glunderend naar ons zwaaien.

De neurotische moeder, die met haar geschreeuw inmiddels het hele terras op de hoogte had gebracht van de levensbedreigende ziekte van onze dochter, stond erop dat wij ons doodzieke, zeer besmettelijke kind direct uit het springkussen zouden halen. ‘Bedoel je haar?’ vroeg ik, nog steeds met stomheid geslagen. Ik wees naar mijn dochter, die kraaiend van plezier op het punt stond om samen met haar nieuwe vriend, het blije zoontje van de boze mevrouw, via de opblaasglijbaan naar beneden te suizen. Ja, die bedoelde ze. Zag ik dan niet dat ze vreselijk aan het hoesten was en daarmee een groot gevaar vormde voor de gehele springkussenpopulatie?

Mitko sprong bijna uit z’n vel. Desondanks wist hij haar nog redelijk kalm te vertellen dat wij geenszins van plan waren om onze goedgeluimde dochter uit het luchtkasteel te verwijderen. Kwaad redde de vrouw haar teleurgestelde zoon uit het besmette springkussen om hem vervolgens op deze prachtige dag hoogstwaarschijnlijk thuis in een heel schoon kamertje op te sluiten. Arm ventje.

Dezelfde week nog werden we gebeld door de leidster van de kinderopvang. Onze dochter zou nu vreselijk hoesten en met spoed naar de dokter moeten worden gebracht. Onzeker geworden door deze woorden, besloten we te doen wat ons verteld werd.

De dokter, een vrouw met een lange turquoise rok en een forse leesbril met vlindermontuur, beluisterde de longen van onze hoestende dochter en hoorde een ruis. Een röntgenfoto lag voor de hand, om te kijken of er sprake was van bronchitis of een longontsteking. Ook de niet-hoestende dochter werd onderworpen aan de stethoscoop, want zusjes besmetten elkaar nou eenmaal snel. Bij haar hoorde de dokter geen ruis, maar voor alle zekerheid moest er ook van dit niet-hoestende borstje een röntgenfoto worden gemaakt. Ik was op z’n zachts gezegd verwonderd over deze gang van zaken. ‘Röntgenstraling is toch schadelijk?’, vroeg ik enigszins verward. ‘Nee hoor, niet in zulke kleine hoeveelheden.’ We werden meteen doorgestuurd naar de röntgenafdeling, waar we nauwelijks hoefden te wachten. De foto’s waren binnen vijf minuten klaar. Terug in de kamer van onze dokter werd ons op strenge toon verteld dat de jongste duidelijk bronchitis had en de oudste beginnende bronchitis. Ze wees op een paar vlekjes op de foto, wat me natuurlijk niets zei. Als we het niet behandelden, dan zou een longontsteking naar alle waarschijnlijkheid het gevolg zijn. Ze schreef een uitgebreid recept uit, een lange lijst vol verschillende soorten anti- en probiotica en allerlei hoestdranken.

Eenmaal buiten beseften we pas wat een merkwaardige reeks van gebeurtenissen er zojuist had plaatsgevonden. Daar stonden we dan, met onze actieve, vrolijke dametjes aan de hand. Het ene kind naar onze mening alleen een beetje verkouden en beide kinderen vrolijk en actief, met een gezonde eetlust, een goede stoelgang en zonder koorts. En toch hadden we twee röntgenfoto’s van hun longetjes op zak en dienden we nu een hele waslijst antibiotica aan te schaffen. We zijn natuurlijk gewoon naar huis gegaan, zonder tussenstop bij een apotheek. Na een paar dagen hoestte onze dochter niet meer.

Vorige week echter, hadden de zusjes het allebei flink te pakken. Ze hadden koorts, buikpijn, hoofdpijn, waren hangerig en wilden niets eten. In eerste instantie waren we niet van plan om met ze naar de dokter te gaan. We hadden al eens ervaren wat er gebeurt als je met een simpele verkoudheid naar de dokter gaat: röntgenfoto’s en een stapel antibiotica. Kan je nagaan wat er gebeurt als je met een ziek kind naar de dokter gaat. Dus als een bezoek aan de dokter hier enigszins te vermijden is, dan houden wij ons aanbevolen.

Doch, onze jongste was na een week nog niet beter. Ze had nog steeds (lichte) verhoging, wilde alleen maar op de bank liggen en was vreselijk verkouden. Daarbij klaagde ze zo uitbundig over buikpijn, dat we toch besloten om even met haar langs een dokter te gaan, een homeopaat die ons door een kennis was aangeraden. Na enig luisteren met stethoscoop, kregen we nota bene van deze natuurgeneeskundige opnieuw het advies om een röntgenfoto te laten maken. Ook deze arts dacht namelijk terstond aan bronchitis of een longontsteking. Zelf dacht ik eerder aan constipatie, onze dochter had namelijk twee tot drie dagen geen ontlasting gehad, in combinatie met wat restverschijnselen van het griepvirus. Die theorie leek de arts echter niet zo interessant te vinden. Deze keer was ik gelukkig voldoende assertief en ervaren om het doktersadvies met betrekking tot het wederom laten maken van röntgenfoto’s, naast me neer te leggen. We werden naar huis gestuurd met een lijstje homeopathische geneesmiddelen die we braaf gekocht en toegepast hebben. Of het nou komt door een ontspannen nachtrust (inclusief een volle luier) of door die middeltjes, de volgende ochtend werd ons tijdens het ontwaken een prachtig Bulgaars lied ten gehore gebracht, uit volle borst gezongen door onze opgewekte peuter, rechtop staand in bed.

Ze hoestte maandagochtend nog wel een beetje, vooral ‘s ochtends en ‘s avonds, net als haar zus. Maar er was bij beide al ruim drie dagen geen sprake meer van koorts en daarbij waren ze verschrikkelijk energiek. Schrikbarend energiek. ‘Moeten we ze nu dan toch thuishouden?’, vroegen we elkaar wanhopig. We waren het er vrij vlot over eens dat we de kinderen gewoon naar de opvang zouden brengen. Een lastige beslissing, want we weten dat hoestende kinderen in de ogen van de medewerkers van de opvang per definitie ziek en besmettelijk zijn.

Ik heb het wel eens gegoogeld: een griepvirus is besmettelijk vanaf een aantal dagen voordat de klachten beginnen tot en met vijf dagen daarna. Onze kinderen zijn tien dagen thuis geweest, dus ze zijn hoogstwaarschijnlijk niet meer besmettelijk. Een dag voordat hun klachten begonnen daarentegen, toen er nog helemaal geen sprake was van hoesten, ja, toen waren ze wél besmettelijk. Kortom, het is helemaal niet logisch om hoesten  als indicator voor besmettingsgevaar te nemen.

Niettemin hebben pedagogisch medewerkers en bezorgde moeders in Bulgarije geen boodschap aan dergelijke evidente redeneringen, is gebleken. Hoe je het ook wendt of keert, welke argumenten je ook in de strijd gooit, zolang je kind hoest, is het (ernstig) ziek en zeer besmettelijk en kan het onder geen enkele voorwaarde in het springkussen of naar de kinderopvang. Wel hebben onze pogingen tot het voeren van een redelijke discussie geleid tot de invoering van een nieuwe regel op de kinderopvang: kinderen zijn vanaf nu geoorloofd om vijf tot zes keer per dag te hoesten. Bij een hogere hoestfrequentie zullen de ouders vriendelijk doch dringend worden verzocht hun kind onmiddellijk uit de opvang te verwijderen.

Mitko en ik zitten onrustig wiebelend op onze stoel. We kunnen ieder moment een telefoontje krijgen: ‘Your child is ill!’. Ze hoest een beetje.

 

Hoesten: Een cultuurverschil

Op straat gevonden: Man, 55, de rechter.

 

2015, een jaar van diverse klooizaamheden

 

Een jaar geleden, op 21 december 2014, stond er een grote vrachtwagen voor ons lege huis in Groningen, tot de nok toe volgeladen met onze inboedel, op het punt om te vertrekken naar ons nieuwe onderkomen in Bulgarije. De volgende dag, op 22 december, verkochten wij ons huis officieel bij de notaris. Dezelfde avond nog verongelukte onze auto op de Duitse snelweg, waarbij de chauffeur goddank ongedeerd bleef. De dag erna, op 23 december, vlogen wij met het hele gezin naar Sofia, waar onze eigen auto zou klaar staan, maar waar we nu werden opgepikt door een taxi die ons naar Veliko Tarnovo reed.

’s Avonds laat kwamen we aan en maakten we kennis met ons nieuwe huis. Koud, groot, veel hout. Een klein uurtje na onze aankomst, in plaats van de volgende dag zoals gepland, kwam ook die enorme vrachtwagen met onze hele inboedel al aanzetten. Even bijkomen van die lange reis zat er dus niet in. Verhuisd moest er worden. De chauffeur bleek bij nader inzien toch zo snel mogelijk bij zijn familie te willen zijn om daar kerst te vieren. Er kwamen ineens overal mannen vandaan die hielpen met dragen. Ik zag langzaam dat vreemde koude huis gevuld worden met onze eigen vertrouwde spullen. Daar zaten we dan, in die chaos, kapot, in een huis in een stad in een land waar we nu blijkbaar woonden.

De volgende dag, de 24ste, werden we wakker in een huis vol opgestapelde stoelen en kastjes en torentjes van dozen. En wat was dat huis smerig. Acht jaar lang hadden er studenten gewoond. Tussen het schoonmaken door regelden we onze emigratie, wandelend van kantoortje naar kantoortje, en vierden we kerst bij Mitko’s ouders. Oud en nieuw vierden we thuis, koehandelend met vrienden uit Sofia. Blijkbaar hadden we na een week toch onze zaakjes al zodanig goed voor elkaar dat we logés konden hebben. Wat kan er veel gebeuren in een week.

En wat kan er veel gebeuren in een jaar! Omdat de badkamer langzaam door de grond zakte, zijn we nog eens verhuisd, naar een fijne gemoedelijke woning met een tuintje. De kinderen spreken nu naast Nederlands ook Bulgaars en hebben het erg naar hun zin op de kinderopvang, waar ze alle Bulgaarse tradities ten overvloede meekrijgen. Zelf spreek ik inmiddels ook een beetje Bulgaars. In ieder geval begrijp ik waar de gesprekken om me heen over gaan en kan ik goed uit de voeten in het dagelijks leven. Ook zijn we nu kind aan huis bij baba en djado (oma en opa), waar de kinderen heerlijk vrij kunnen spelen en rondrennen. Ik denk dat we er gemiddeld om het weekend naartoe gaan. Mitko’s werk als tolk gaat prima, steeds beter zelfs. Daarnaast is hij tegenwoordig actief voor Zelenite (De Groenen), een soort Groen Links, maar dan groener en Bulgaarser, in de goede zin van het woord, in tegenstelling tot alle andere Bulgaarse partijen.

En wat doe ik dan eigenlijk zoal? Ik gebruik de tijd, die ik tijdens ons verblijf in Bulgarije heb, zoveel mogelijk om de dingen te doen waar ik geen tijd voor had toen we in Nederland woonden. De kinderen gingen in Nederland twee dagen per week naar de opvang en dan werkte ik als logopedist. Als ik thuis was, dan deed ik huishoudelijke klusjes of ging ik er met de kinderen op uit. Ik had geen tijd om te tekenen, te fotograferen en te schrijven. Dus dat is, naast het huishouden, wat ik tegenwoordig doe als de kinderen op de opvang zijn: tekenen, fotograferen en schrijven. En, niet te vergeten, Bulgaars leren, want ik heb ook een keer per week Bulgaarse les.

Om dit alles te verifiëren  heb ik even aan Mitko gevraagd: ‘Zeg, wat doe ik eigenlijk volgens jou?’ Een moment keek hij me licht verbaasd aan, maar na enig fronsen antwoordde hij: ‘Klooien.’ Natuurlijk ontevreden met dit wel zeer korte antwoord vroeg ik hem zijn reactie enigszins toe te lichten. ‘Nou,’ zei Mitko, ‘je bent bezig met je foto’s, met tekenen, schrijven, met websites, kaartjes en je maakt ook wel eens schoon.’ Dus dat komt wel aardig overeen met wat ik zelf dacht.

 

jaar in Bulgarije

http://kaas.sendasmile.com

 

Ik ben altijd al erg goed geweest in klooien en het bevalt me tot op heden prima dat ik hier eindelijk ook tijd voor heb, maar ik merk wel dat ik tegelijkertijd weer zin begin te krijgen in iets ‘werk-achtigs’. Soms voel ik me namelijk niet zo nuttig, wanneer ik me wijt aan al die dingen, die ik weliswaar erg leuk vind om te doen, maar die weinig tot geen maatschappelijke waarde hebben en al helemaal geen brood op de plank brengen. Het is toch wel een luxepositie, als je de mogelijkheid hebt tot het verrichten van diverse klooizaamheden. Dat kan niet eeuwig duren, dat begrijp ik ook wel. Dus mijn goede voornemens voor 2016 zijn: een scriptie schrijven (ik heb nog ergens een masterscriptie neurolinguïstiek liggen), eventueel een baan vinden en daarnaast toch ook doorgaan met klooien, want dat hoort nou eenmaal bij mij. Dat laatste zal geen probleem zijn: Genoeg plannen waar het klooizaamheden betreft. Het schrijven van een scriptie en het vinden van een baan daarentegen zullen nog wel enige voeten in aarde hebben.

Dus we blijven voorlopig in Bulgarije? Dat is niet gezegd. Klooien en werken kan in Nederland net zo goed als in Bulgarije. We gaan of komende zomer terug naar Nederland, of we blijven nog een jaartje extra. Dat hangt van enkele zaken af, die nog niet duidelijk zijn en waarover later meer.

En de bouwval dan? We zijn tot de conclusie gekomen dat we het niet willen verkopen. Het blijft ons project en op een dag wordt het dat mooie huis van de tekeningen, ons huis. Of we nou in Nederland of in Bulgarije wonen, ooit zal er op dit blog, Project Bulgarije, een foto verschijnen van een prachtig klaar huis, dat eens een bouwval is geweest.

Een jaar geleden had ik veel verwachtingen, die al snel niet reëel bleken. Het was een hele uitdaging om me steeds maar weer aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen. Er zijn vele momenten geweest waarop ik niet verwachtte, dat ik me hier ooit echt thuis zou gaan voelen. Maar toch is het gelukt! We hebben ons leventje met onze twee kleine meisjes op de rails gekregen. We hebben een fijne eigen plek, spreken de taal (nou ja, zo goed en zo kwaad), kennen wat mensen en weten de weg. We hebben onze gewoontes hier, net als in Nederland. Na een jaar, wonder boven wonder, is alles nu stabiel.

En natuurlijk mis ik mijn familie en vrienden in Nederland regelmatig, vooral nu met de feestdagen. Maar tegelijkertijd weet ik zeker dat ik dit avontuur voor geen goud had willen missen.

 

Ik wens iedereen een heel gelukkig 2016!

Veel liefs uit Bulgarije.

Soms kan je gewoon wel door de grond zakken!

Figuurlijk kan je soms zomaar door de grond zakken. Ook letterlijk kan je gemakkelijk ergens doorheen zakken, zo heb ik ervaren.

Ik stond te douchen toen de beheerder van ons appartement aanbelde om de huur te innen. Mitko deed open en overhandigde hem de maandelijkse huursom, waarbij hij hem tevens meedeelde dat hij regelmatig gedruppel hoorde in de kelder. Ze gingen samen de kelder in, recht onder de badkamer, waar het water ongeveer even hard naar beneden plensde als het boven uit de douche stroomde.

Al snel bleek dat de afvoer flink lek was, de voegen van de badkamer open lagen en de steunbalken onder de badkamer hopeloos verrot waren. We kregen te horen dat het wellicht gevaarlijk was om nog langer gebruik te maken van de badkamer, omdat de vloer met man en muis de kelder in zou kunnen zakken.

De beheerder liet een vakman komen, een soort loodgieter, om de boel te repareren. Deze was van indrukwekkende omvang, had een rode neus en droeg een tuinbroek. Al snel had hij het lek in de afvoer verholpen, waarschijnlijk met plakband, en de voegen van de badkamer op expressieve wijze gekit. En ja hoor, het druppen stopte. We konden weer douchen, zei de man. Ik stelde hem de mogelijk ietwat overbezorgde vraag of dat dan wel veilig zou zijn, in verband met die verrotte steunbalken onder de vloer en dergelijke. Hij haalde zijn schouders op en antwoordde verveeld dat we dat risico zelf maar een beetje moesten inschatten.

Dus ik ben de kelder in gegaan met een lampje en heb die balken zelf maar eens bekeken. Die waren nat, zwart en zacht en op sommige plekken al behoorlijk versplinterd. Ik heb weinig verstand van dit soort zaken, maar mij leek het niet waarschijnlijk dat die balken nog veel steun konden geven. De afvoerbuizen naast de steunbalken waren roestig en leken al enigszins te buigen onder het gewicht van de badkamer. Kortom, mijn inschatting was dat het risico om met wc en al door de vloer te zakken, wel aardig groot was.

De beheerder liet ons weten dat de badkamer zo snel mogelijk gerenoveerd zou worden. Wij moesten dan maar voor een maandje of twee in een andere woning bivakkeren. Hoe lang de renovatie precies zou gaan duren, was aan de aannemer, die nog enkele weken met vakantie was. In afwachting van meer duidelijkheid, douchten we gedurende die weken zo weinig en zo kort mogelijk en alleen nog in een hoek van de badkamer, waar de vloer het minst doorboog. De kinderen mochten niet meer op de wc maar moesten gebruik maken van hun potje. ‘De badkamer is kapot, meisjes.’

Na zijn vakantie kwam de bruinverbrande aannemer de boel eens goed bekijken. Deze man maakte een iets professionelere indruk dan die met de rode neus. Dit was geen kwestie van een maandje of twee. In de dertig jaar dat hij in het vak zat, had hij nog nooit zulk prutswerk gezien. En dat zegt wel wat in Bulgarije! De hele vloer van de badkamer én van de hal moest eruit. Maar eerst diende er een architect aan te treden om tekeningen te maken voor een compleet nieuwe constructie. Die tekeningen zouden vervolgens door de gemeente moeten worden goedgekeurd. Pas dan kon de verbouwing beginnen. In totaal zou het project tenminste een half jaar in beslag nemen, maar het kon zeker ook langer duren.

We besloten om niet langer af te wachten en meteen op zoek te gaan naar nieuwe woonruimte, geschikt om te verblijven zolang ons Bulgarije-avontuur nog strekt. Na een korte zoektocht vonden we per toeval een hele leuke woning in een rustig straatje van de stad. Daar wonen we nu sinds een week of drie. Het is er licht en schoon. De plafonds zijn heel hoog, wat ik geweldig vind. We hebben twee balkons en zelfs een tuintje met perzik- en vijgenboom.

Ik realiseer me nu pas hoe benauwd en opgesloten ik me eigenlijk al die tijd voelde in ons vorige appartement. Het was er donker, stoffig, lawaaiig en het bleek er ook nog eens onveilig te zijn. Ik mis het geen seconde. Hier kunnen de kinderen tenminste weer veilig douchen en naar de wc. Ze kunnen zelfs buiten spelen. Eindelijk komen we een beetje tot rust na al die hectiek van de emigratie.

Het enige dat een beetje tegenviel in dit nieuwe huis, was de bijzettafel. Hij zag er leuk uit. Een achthoekig Engels tafeltje met een glazen tafelblad. Ik was aan het bellen. De bank was bezet, dus gedachteloos nam ik met mijn achterste plaats op het tafeltje. Al een tijdje zat ik daar, rustig telefonerend, toen onder mij ineens dat glazen tafelblad met een knal uiteen spatte in honderd miljoen kleine stukjes glas en een paar hele grote vlijmscherpe glasscherven. Daar zat ik dan, benen omhoog en kont omlaag, midden in dat achthoekige houten frame. Overal glas. Zes grote ogen keken me geschrokken aan vanaf de bank.

Ik durfde niet te bewegen. Mitko heeft eerst de kinderen in veiligheid gebracht en me daarna voorzichtig uit het tafeltje getild. Vervolgens heeft hij met een pincet ongeveer vijftien stukjes glas uit mijn bovenbenen geplukt. Gelukkig was dat alles, want als ik een van die grote glasscherven in mijn ruggengraat had gekregen, dan had het wel eens heel anders kunnen aflopen.

Wie weet was ik dan aan m’n einde gekomen doordat ik door een bijzettafel was gezakt. En wie de pijp uit gaat doordat hij door een bijzettafeltje zakt, die kan denk ik wel door de grond zakken. Ik kan tenminste heel wat heldhaftiger manieren bedenken om te gaan.

In ieder geval kunnen we voorlopig nergens meer doorheen zakken lijkt mij.

Glazenmaker Bulgarije

Onder toezicht van blote vrouwen en voetballers wordt de bijzettafel nu gerepareerd.

 

 

Op bezoek bij Nestor

Gisteren zijn we op bezoek geweest bij onze buurman Nestor. Vroeger was hij icoonschilder en gaf hij les op een kunstacademie in Moskou. Nu is hij bijna blind. Doordeweeks woont Nestor in een dorpje, 15 kilometer hier vandaan. Daar kweekt hij zijn eigen appels en peren. Zijn vrouw Rosa gaat meestal niet mee naar het dorp. Zij houdt van de stad. Drieëntachtig is ze en als een klimgeit beweegt ze zich voort op de kapotte trappen en door de steile straatjes van Veliko Tarnovo. Tijdens de weekends is Nestor bij haar, in hun appartement naast het onze.

Via een oud, stenen weggetje, met aan weerszijden hoge bomen, kwamen we aan bij een goed uitziende tuinmuur met poort. De auto mochten we in de schaduw onder een forse walnotenboom parkeren. We volgden Nestor over een smal tuinpaadje, tussen bloemen en druivenbomen door, naar het huis. Een typisch Bulgaars huis met wit-gepleisterde muren en een donkerbruine buitentrap naar de eerste verdieping. Het rook er naar hout en kruiden.

Een grote hond met lieve ogen heette ons welkom met enthousiast, zeer luid geblaf. Boven zijn kop en onze hoofden waren roestige draden gespannen waarlangs de druivenbomen zich konden verspreiden. Aan die draden en aan de buitenmuren van het huis waren hier en daar houten constructies en roestige ijzeren voorwerpen als bellen en haken bevestigd. Een mysterieus en kunstig geheel.

bezoek aan platteland Bulgarije

Nestor nam ons mee naar zijn boomgaard met appelbomen, perenbomen, perzikbomen en jasmijnbomen. Ook hier, tussen al dat fruit, bevond zich een aantal houten stellages, waarvan ik me afvroeg wat het kon zijn en dus bedacht ik dat het waarschijnlijk kunst was. Deze werken bleken echter speeltoestellen, speciaal in elkaar geknutseld voor de hond. Op commando sprong het grote dier blij door een houten hoepel, gemonteerd op een stapel bakstenen. De kinderen bekeken het schouwspel met grote ogen en open mondjes. We hebben hond en baas uitgebreid applaus gegeven: ‘Bravo! Bravo!’

De lunch bestond uit een heerlijke salade van komkommer, tomaat, ui, peterselie, dille en Bulgaarse feta, daarnaast een groot stuk salami, tarator (een koude soep van komkommer, knoflook, huisgemaakte yoghurt en water, heerlijk als het zo warm is), vers brood en natuurlijk een glaasje rakia. We aten binnen, waar het lekker koel was, aan een grote houten tafel, zittend op een schapenvel. Onder onze voeten de betonnen vloer. Er stond een uitgeholde pompoen als zoutpot op tafel. Een stoffige schedel van een ram wenste ons vanaf de muur een smakelijke maaltijd toe.

Wat was het allemaal eenvoudig en tegelijkertijd, door Nestors trotse verschijning, ook sprookjesachtig mooi. Met een tas vol appels gingen we weer op huis aan.

Project Bulgarije verkeert in midlifecrisis

 

De doelen van Project Bulgarije zijn enigszins vervaagd. We moeten ons nu afvragen wat we hier verder nog gaan doen.

Twee posts geleden deelde ik mee dat de verbouwing binnenkort van start zou gaan en dat ik tevens op korte termijn bij de universiteit aan het werk zou gaan. In mijn vorige bericht liet ik al weten dat de verbouwing voorlopig niet doorgaat. Bij deze dan de boodschap dat ook mijn baan aan de universiteit geen doorgang zal vinden.

Men had mij de baan reeds toegezegd, echter, er brak een moment aan waarop er ineens een ander op de voorgrond sprong. Dat kan gebeuren (hier). Twee dagen later sprong diegene toch weer terug naar de achtergrond. Ook dat kan gebeuren. Op het moment dat die ander mijn baan als het ware voor m’n neus ‘wegkaapte’, voelde ik me in eerste instantie teleurgesteld en ontdaan. Verbazingwekkend genoeg hield mijn terneergeslagen toestand slechts enkele uren aan. Na die korte periode van algehele misère, sloeg de teleurstelling plotsklaps om in een gevoel van immense opluchting en vrijheid. Twee dagen later dus, liet men mij weten dat ik toch die functie mocht vervullen, waarschijnlijk in de verwachting dat ik daar wel blij mee zou zijn. Maar al die onzekerheden door mijn gebrek aan kennis op het gebied van Neerlandistiek, al die lieve studenten die op mij zouden rekenen, al die verantwoordelijkheid en al die stress, ik had er helemaal geen zin meer in. Ik besefte, eigenlijk te laat maar nu dus door omstandigheden net op tijd, dat het idee van werken alleen al, mij torenhoge spanningen bezorgde. Zodoende heb ik uiteindelijk vrolijk bedankt voor de buitenkans om in Bulgarije als docent Nederlands aan de slag te gaan.

Nu is de vraag, wat we nou eigenlijk verder gaan doen in Bulgarije, zo zonder bouwproject en zonder baan. Mitko heeft zijn freelance-werk als tolk natuurlijk nog en dat loopt als een trein, maar hij mist het bouwproject als bezigheid, als doel. Een aantal dagen geleden begon hij over het nemen van vliegles en de daaropvolgende logische stap, namelijk de aankoop van een vliegtuig. Ik bedacht dat we dan volgend jaar, bij onze zoektocht naar een huis in Nederland, rekening zouden moeten houden met voldoende ruimte voor een landingsbaan. Ik zag ons al wonen in een vervallen boerderij uit het jaar nul, ergens midden in het aardbevingsgebied in Noord-Groningen. Want als we eerst nog een vliegtuig moeten kopen, dan kunnen we ons daar misschien over tien jaar wel een godvergeten bouwval veroorloven, tenminste als we verder geen ‘gekke dingen’ doen. Maar ik nam zijn plannen iets te letterlijk. Gelukkig maar. Ik hoop dat hij weldra iets vindt waar hij zijn ei in kwijt kan.

Zelf wil ik ook graag mijn ei ergens in kwijt kunnen. Het bouwproject mis ik niet, maar zoals eigenlijk al jaren het geval is, mis ik wel een richtpunt, of een ambitie. Ik ben nu in de luxepositie dat ik niet per se hoef te werken, want met Mitko’s inkomen redden we het prima hier in Bulgarije, zo zonder bouwproject. Ik heb dus nog ongeveer een jaar om één en ander uit te zoeken. Maar hoe doe je dat? Dingen uitzoeken?

Project Bulgarije heeft een midlifecrisis. Laten we het daar vooralsnog maar op houden.

Midlifecrisis

 

Tweepersoons burgeroorlog

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: De verbouwing gaat voorlopig niet door. Ik heb er vrede mee. Om eerlijk te zijn voel ik me ontzettend opgelucht.

Sinds een klein jaar loopt het tolkbureau van Mitko als een trein. Gebleken is echter, dat voor de zelfstandig ondernemer het begrip ‘netto-inkomen’ niet hetzelfde inhoudt als voor de ons welbekende werknemer in loondienst. Waar laatstgenoemde met een gerust hart zijn hele netto-inkomen over de balk kan smijten, blijkt de zelfstandig ondernemer een groot deel van zijn netto-inkomen (circa 40%) opzij te moeten zetten om jaarlijks zijn inkomstenbelasting te kunnen betalen. Met andere woorden, het ‘netto-inkomen’ van de zelfstandig ondernemer blijkt eigenlijk slechts vergelijkbaar met het ‘bruto-inkomen’ van de werknemer in loondienst. Om eerlijk te zijn, hadden we daar even geen rekening mee gehouden. Je zou ons naïef kunnen noemen. Je zou ons heel goed naïef kunnen noemen.

Daarnaast hebben alle tegenslagen van het afgelopen half jaar (de nieuwe kapotte auto, de beslommeringen met de architect en alle bureaucratische noodzakelijkheden) ons zoveel geld gekost, dat we langzamerhand door ons spaargeld heen zijn geraakt. Het komt er uiteindelijk allemaal op neer, dat we net voldoende geld kunnen ophoesten om de aannemer te betalen. Echter, dan mag er tijdens de verbouwing helemaal niets mis gaan, kunnen we voorlopig niet ‘op vakantie’ naar Nederland en zal ons leven voor onbepaalde tijd in het teken staan van zoveel mogelijk geld verdienen voor het huis en alleen voor het huis.

Ik raakte in paniek. Mitko niet. Hij zag het, ondanks alle onverwachte kostenposten, nog wel zitten. We kwamen er simpelweg samen niet uit. Tot op de dag van vandaag kunnen we ten aanzien van het huis niet tot overeenstemming komen. Wel zijn we na veel drama gelukkig tot de conclusie gekomen, dat we niet met de verbouwing kunnen starten indien een van ons er niet langer achter kan staan. Maar oh, wat is er een hevige crisis voor nodig geweest om uiteindelijk tot die vreedzame conclusie te komen.

Wat is het soms vreselijk moeilijk om op een goede manier te communiceren. We vinden het wel vaker lastig om onze meningen over bepaalde zaken respectvol aan elkaar over te brengen, maar in dit geval ontstond er toch wel een uitzonderlijk hevige tweepersoons burgeroorlog.

Ik vermoed dat onze zo verschillende achtergrond ook dit keer weer een belangrijke oorzaak is geweest van ons wederzijdse onbegrip. Mitko is van jongs af aan gewend om grote risico’s te nemen en hard te werken. Hij heeft altijd belangrijke doelen voor ogen gehad, die het ook waard waren om hard voor te werken. Zijn grootste ambitie lag in de ontsnapping aan de armoede van zijn familie. Ik daarentegen, kom uit een veilig nest: twee keer per jaar fluorbehandelingen en elke zomer op vakantie met de tent of de kampeerbus. Alle verjaardagen werden gevierd met slingers en cadeautjes en we gingen minstens twee keer per maand uit eten. Ik had vroeger nooit zulke grootse plannen, grote doelen, zoals Mitko. Bij ons thuis werd meestal ‘gewoon’ de dag geplukt. Mitko en ik begrijpen elkaar soms helemaal niet.

En toch hebben we samen zoveel bereikt. We hebben gevochten voor een leven samen en het is ons gelukt. Ik ben trots op ons. Maar ik ben ook moe. We zijn zo geoefend in het maken en realiseren van plannen die tot een beter leven leiden, dat we in mijn optiek al een tijdje vergeten om op het moment te leven. Ik wil niet steeds aan morgen, volgende week, volgend jaar denken en steeds weer nieuwe grootse doelen stellen. Ik wil niet opnieuw in een situatie terecht komen waar we alleen uit kunnen manoeuvreren door grote, onveilige risico’s te nemen. Wel voor een leven samen met Mitko. Niet voor een huis. Zeker niet voor een huis waarin we niet gaan wonen.

Het is tijd om eindelijk tot rust te komen en te genieten van wat we hebben. Als we op een later moment in de gelegenheid zijn om het huis te verbouwen, zonder al te grote risico’s te nemen, dan kunnen we de draad eventueel weer oppakken. Ik hoop nog steeds dat het huis er gaat komen, want het is en blijft ons paleis. Maar niet koste wat kost. Ik wil weer de dag plukken.

Misschien is het wel zo dat Project Bulgarije nu pas echt begint.

Rijkdom